Bio-energie
Bio-energie is energie die rechtstreeks, dan wel via een chemische omweg, gewonnen wordt uit organisch materiaal (biomassa). Dergelijke energiedragers worden biobrandstoffen genoemd. De energie-inhoud van vrijwel alle brandstoffen op aarde is afkomstig van de zon. Ook fossiele brandstoffen als olie, gas en steenkool, want die zijn in een ver verleden ontstaan uit dierlijk en plantaardig materiaal. Zij kunnen echter niet als biobrandstof worden beschouwd. Voorwaarde is dat de koolstof die in biobrandstof zit, recentelijk uit de atmosfeer moet zijn opgenomen (in de vorm van kooldioxide: CO2). Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt er juist steeds meer CO2 in omloop die sinds vele honderden miljoenen jaren in onze planeet opgeslagen was.
Biomassa kan op diverse manieren verwerkt worden. De bekendste is verbranding. Hierbij wordt de warmte die vrij komt gebruikt voor de opwekking van elektriciteit en verwarming. Verbranding om energie op te wekken is echter een van de vele toepassingen van biomassa. Een ander voorbeeld is biovergisting, waarbij bijvoorbeeld groengas wordt geproduceerd uit mest.
De inzet van biomassa moet op een zo hoogwaardig mogelijke manier gebeuren: eerst voor farmacie en voedsel, dan voor industriële toepassingen (bijvoorbeeld bioplastics), en als laatste voor biobrandstof of energie. Het kabinet wil meer biomassa gebruiken om duurzame energie te produceren. Dat beperkt de uitstoot van broeikasgassen, zoals kooldioxide, die bijdragen aan opwarming van de aarde. Bovendien is Nederland door biobrandstoffen minder afhankelijk van een klein aantal landen voor olie en gas.
Overigens kent ook biomassa tegenstanders. Er wordt getwijfeld aan de milieuvriendelijkheid, maar bovendien kan het gebruik van biomassa, indien niet hoogwaardig toegepast, voedselschaarste in de hand werken. Biomassa is interessant als het reststromen omvat, waarvoor transportafstanden beperkt zijn.

